Niets menselijks is hem vreemd

Vlaggen wapperen, rood, wit, blauw, terwijl in 1944 tanks met Canadese soldaten door de straten van Nederland rijden. Meisjes, mooi aangekleed, werpen kushandjes naar hen toe waarvoor in ruil wittebrood wordt uitgedeeld. Jongens drukken hen hartelijk de hand en ontvangen ‘Lucky Strike’ sigaretten. Helden waren deze bevrijders in de ogen van de Nederlanders na vijf jaar Duitse onderdrukking. Dan verdwijnen zij weer en hiermee de euforie, wat overblijft zijn de zorgen over de wederopbouw.

‘Help de Jappen in Nederlands-Indië verslaan!’. Vele jonge mannen werden als dienstplichtig militair in de periode 1946- 1950 door de Nederlandse regering naar Indonesië gezonden om mee te werken aan het herstellen van “Orde en Rust”. Zij zagen het avontuur en scheepten zich in voor de, een maand durende, reis op een stoomschip naar Nederlands-Indië. Zij hadden in Nederland weinig toekomstperspectief als boerenzonen of als studie verlaters tijdens de oorlog . ‘Het bevrijden van Rijksgenoten in Indië’ was voor de avontuurlijk ingestelde onder hen dan ook een interessante mogelijkheid. Zo ook mijn opa, een man die ik alleen maar ken via verhalen, en de talloze militaire medailles, zoals de medal of freedom in een kamertje in het huis van mijn oma, waaraan ik mij vergaapte als klein ventje. Op achttienjarige leeftijd bracht hij al onderduikers en piloten de Belgische grens over. Hij was een van de 100.000 mannen die onder het Gezagsbataljon Indië viel. Hij en vele anderen werden ingescheept in de Merwehaven in Rotterdam. Tot aan Hoek van Holland werden ze nog toegejuicht, maar eenmaal op open zee en de enorme deining van de golven begon traden al snel de eerste verschijnselen van zeeziekte op en hingen er al snel heel wat overboord. Mijn opa heeft de een maand durende reis, voornamelijk om deze reden in de kajuit doorgebracht. Einddoel was Soerabaja op Java.

De jongens zagen groene bergen, bananenbomen en zweet stond op het voorhoofd door de verzengende hitte. Onderweg, tijdens het eindeloos heen en weer schommelen tijdens de zeereis, moeten zij gedroomd hebben van wuivende Indische meisjes die hen, de bevrijders, verwelkomden. Maar niets bleek minder waar. De Japanners hadden, na Hiroshima, gecapituleerd waarna de nationalistische jeugdbeweging Pemoeda o.l.v. Soekarno de onafhankelijkheid had uitgeroepen; veel Nederlanders en Nederlands-Indiërs werden toen vermoord.

Aangekomen in Batavia waren het kogels in plaats van meisjes die hen welkom heten. Contact met de soldaten werd angstvallig vermeden door de lokale bevolking. Gebeurde dit toch dan had dit de dood als gevolg. Met zware bepakking, bestaande uit veel munitie, extra rantsoen, soms een radioset, een machinegeweer of een mortier trokken ze de jungle in op zoek naar revolutionairen. De gezichten werden met houtskool zwart gemaakt zodat de witte huid geen makkelijk doelwit voor de scherpschutters zou zijn. Een van de familieverhalen was dat mijn opa, die niet kon zwemmen en bang voor water was, vaker lange tijd onder water moest gaan liggen, ademend door een holle rietstengel om zich te verbergen.

Ondertussen nam de druk op de Nederlandse premier Louis Beel toe, de gigantische troepenmacht kostte veel geld dat voor de wederopbouw in eigen land niet gemist kon worden. Toch was er in 1947, de tijd dat mijn oma, die inmiddels met de handschoen was getrouwd, haar man achterna reisde en met een aapje als huisdier aan de nieuwe omgeving wende, al besloten tot het uitvoeren van grootschalig militair ingrijpen. Dit werd echter onder de naam ‘politionele acties’ naar buiten gebracht, om te vermijden dat de Nederlandse bevolking het conflict als ‘koloniale oorlog’ zou zien. Mijn oma meende dan ook toen ze aankwam dat de knallen in de verte saluutschoten waren.

Een eerste actie volgde, genaamd ‘operatie product’ waarbij de economische zones Java en Sumatra veroverd moesten worden. Generaal Simone Spoor repte tegen de jongens met geen woord over deze achterliggende intentie en sprak hen aan als bevrijders: ‘Gij rukt niet op om aan dit land den oorlog te brengen, maar om het vrede te hergeven. Gij komt niet als veroveraar, maar als bevrijder.’

Honderdduizend man verlieten het Nederlands grondgebied in het holst van de nacht. Op vrachtwagens stond met krijt geschreven:  ‘De jongens van Spoor komen overal door’. Ondertussen schoven landingsvaartuigen de stranden van Java en Sumatra op. Naar het thuisfront werd triomfantelijk geschreven: ‘De Nederlandse troepen hebben de demarcatielijn overschreden!! So did I!! Moorddadig is dat als je zo oprukt,’. Maar de privé dagboeken waren minder heroïsch: ‘We hebben geen van allen zin, een enkele bluffer daargelaten,’.

De Indonesiërs waren zeer onvoorspelbaar, het ene moment werkten zij op de Sawa, het andere moment klonk er een schot en viel er een Nederlandse soldaat neer, getroffen door een kogel van een schijnbare rijstboer. Ook de nacht gaf geen rust, zo was de tropische hitte haast ondragelijk en werd er menigmaal vals alarm geslagen door een vuurvliegje dat verward werd met een afgevuurd geweer in de verte. In de ochtend werd er tandengepoetst met koude thee, dit omdat het water besmettelijke was en met de gloeiende punt van een sigaret ontdeden ze zich van bloedzuigers.

De actie wordt al snel een onoverzichtelijke guerrillaoorlog waarbij zowel de Indonesiërs als de Nederlanders zich aan ernstige misdaden vergrepen. Zo werden er vermiste Nederlandse soldaten met afgesneden geslachtsdelen in hun mond teruggevonden. Hiertegenover stond dat de Nederlanders Indonesiërs liquideerden die van samenwerking met de republikeinen werden beducht. Een van de zwartste bladzijdes was de contraguerrilla onder de leiding van Raymond Westerling die carte blanche kreeg om de opstand in Zuid-Celebes af te slaan. Hiervoor gebruikte hij de methode-westerling wat zoveel betekende als strafrechtelijk executies. De soldaten omsingelden een Kampong (erf) in de nacht waarna in de morgen de bewoners naar buiten werden gedreven. Wie verzet bood werd onmiddellijk gedood. Mannen, vrouwen en kinderen werden gescheiden en diegenen die van terrorisme werden verdacht werden zonder proces geëxecuteerd. Naar de laatste schatting heeft Westerling zo’n 1500 mensen geliquideerd.

Begin 1948 besluit de Nederlandse regering de orders te geven voor een tweede operatie genaamd ‘actie kraai’. Hierbij werd Yogjakarta overgenomen, de hoofdstad van de republikeinen. Er volgden bloedige guerrilla acties en de internationale gemeenschap kwam in verzet tegen de oorlog met als gevolg dat op 5 januari 1949 er een einde aan het legeroptreden werd gemaakt. De soldaten zijn woedend want zij voelen dat alles voor niets is geweest.

De tegenstanders van de Nederlanders hadden als belangrijkste doelstelling te voorkomen dat de Nederlanders nog producten konden exporteren. Zo is er een suikerfabriek in brand gestoken waarbij tonnen suiker als lava uit de fabriek stroomden. Zo gaan de rijkdommen, net zozeer als vele levens verloren tijdens de vier jaar durende oorlog.

Een oorlog die gestreden werd door Nederlandse jongens die verwachtten de bevrijders te zijn van de wrede Japanse overheersing maar uiteindelijk een zinloze oorlog vochten in dienst van een Nederlandse regering die de al eeuwenlange inkomstenbron niet wilde loslaten. De gevechten werden gevoerd tegen Indonesiërs die al tientallen jaren droomden van een onafhankelijke staat die de natuurlijke rijkdommen weigerden aan een overzeese heerser af te staan.

Wonderbaarlijk genoeg, zo ontdekten de terugkomers, waren de meeste thuisblijvers niet op de hoogte van de hevige gevoerde strijd. Hun houding was er een van zwijgen over de waanzin van de strijd en zo nu en dan een anekdote vertellend over de curiositeiten van de Indonesische cultuur. Zo is het een wederkerend verhaal dat mijn opa in een Indonesisch restaurant met mijn oma zat. Op tafel stond een schaaltje sambal waar je gedoceerd mee om moest gaan. Mijn opa echter smeerde onverschrokken de gehele inhoud op zijn gezicht als bewijs van zijn moed. Even lachte hij triomfantelijk totdat de sambal zijn huid in vuur en vlam zette. In paniek sprong hij op, mijn oma kwam niet bij van het lachen. Als een dolleman rende hij de straat op en hield een betjak staande. Hij spoorde de man aan zonder eindbestemming, zo hard als hij kon, door de straten te rennen terwijl hij met open mond verkoeling tracht te vinden om zo verlost te worden van zijn stommiteit.

Het enige dat mij, tot dit moment van schrijven en onderzoeken, met de Nederlandse wanhopige inmenging, als laatste strohalm van het Nederlandse wereldrijk uit de koloniale ‘gloriedagen’,  met Indonesië heeft doen kennismaken zijn de spaarzame familie anekdotes tezamen met de opgezette leguaan en de sierlijke beelden, uit donker hout gekerfd, in mijn oma’s huis. Dit ondanks achttien jaar lagere en middelbare school en een jaar geschiedenis gestudeerd te hebben.

Het klinkt pietepeuterig en banaal maar als ik mij ergens voor schaam dan is mijn natuurlijke reactie het zwijgen over het moment dat de schaamte opriep. Laat ik dit nu veranderen: toen ik 11 jaar was stal ik een Pokémon kaart uit een pakje dat, gesloten en wel, voor mijn beste vriend bedoeld was. Dit gedreven worden door hebzucht, dat mij op dat moment als tiener verblindde, en de walging en schrik in de ogen van mijn vriend toen hij dit verraad ontdekte doen mij nu nog in elkaar krimpen. Het is iets waar ik niet graag over spreek omdat ik deze uiting van hebzucht het liefst buiten mijn narratieve identiteit plaats. Toch denk ik dat de maakbaarheid van mijn identiteit, op basis van mijn eigen voorkeur een illusie is… neurotische uitingen van het ingeponste verleden zijn geen psychoanalytische poespas maar realiteit. Hierbij is voor mij het erkennen door te spreken en daarbij de schaamte in de ogen te zien een onderdeel van het leren leven. Zo hoop ik later, veel later, dat mijn naasten, wanneer ik oud en grijs ben over mij zullen zeggen:

“Niets menselijks is hem vreemd”

Bronnen:

Lennart HofmanWaarom wij zo weinig van de oorlog in Indonesië afweten.15 augustus 2016 Correspondent
Robert Stiphout.  Politionele acties: bevrijding werd oorlog. 19 december 2012 Elsevier

2 Reacties

  1. Albert Wegman
    juni 3, 2016
    Beantwoord

    Tijdens deze laatste koloniale oorlog zijn meer dan 100.000 Indonesiërs vermoord. Onvoorstelbaar dat Nederland net na de Duitse bezetting een nieuwe oorlog start om economische belangen in de Oost veilig te stellen. 200.000 militairen werden op de been gebracht en in Nederland werd het volk zoet gehouden met propaganda. Onvoorstelbaar ook dat een land als Nederland dat zich zo voorstaat op mensenrechten nooit in de spiegel heeft durven kijken om lering te trekken uit deze inktzwarte pagina’s.

  2. Frans Lutters
    april 7, 2016
    Beantwoord

    Prachtig hoe je opkomt voor dit verzwegen verleden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *