28 weken in dialoog met kunsthistoricus Diether Rudloff

Elke week, 28 weken lang, zal ik steeds weer een nieuw essay uit het Duits vertalen, publiceren en van een begeleidende bespiegeling voorzien. Deze essays stammen uit het boek “Unvollendete Schöpfung – Künstler im zwanzigsten Jahrhundert” van de kunsthistoricus Diether Rudloff. Waarom deze moeite doen voor 28 essays, over kunstenaars zoals Paul Cézanne, Joseph Beuys of Frans Marc? Kunstenaars waarover ondertussen kleine boekwinkels zijn vol geschreven… Nu ik denk met de vertaling van deze essays bij te dragen aan het inzichtelijk maken de evolutie van het menselijk bewustzijn in de voorgaande eeuw. Dit door mij te identificeren met het perspectief van Rudloff, een perspectief dat naar mijn inzicht de binnenkant van kunstwerk, kunstenaar en tijdsperiode zichtbaar maakt. 

Het is dan ook deze blik die mij ontroert, een ‘contemplatief observeren’ waarbij hij niet alleen nadenkt ‘over’ het fenomeen, maar vanuit de binnenkant van het te beschouwen kunstwerk en kunstenaar tracht te zien. Een vorm van kijken die door Goethe ‘delicaat empirisme’ werd genoemd: ‘het ontvangen van de idee in de realiteit’. Voor mij is het inleven in deze methode van beschouwing, naast de interessante invalshoeken, kernachtige monografieën en zorgvuldig gekozen citaten die Rudloff neerschrijft, een belangrijke oefening in verwantschap. Hiervoor nodig ik de lezer dan ook van harte uit om samen met mij, via 28 kunstenaars en hun oeuvre, de binnenkant van de werkelijkheid in de 20e eeuw te ervaren.

Bij deze diepte-operatie hanteert Rudloff begrippen, als mogelijke sleutels, voor de historische werkelijkheid. De eerste inspiratiebron voor de begrippen die hij hanteert komt vanuit de antroposofie . Een wereldbeschouwelijk kader dat begin 20e eeuw door de Oostenrijkse denker Rudolf Steiner werd ontwikkeld. Steiner over zijn Antroposofie (van het Griekse: ἄνθρωπος, ánthrōpos “mens” en σοφία sophίa “wijsheid”):”Antroposofie is een weg naar inzicht die het geestelijke in de mens met het geestelijke in de kosmos wil verbinden. Zij maakt zich in de mens kenbaar als een behoefte van het hart en van het gevoel. Zij moet haar rechtvaardiging vinden in het vermogen deze behoeften te bevredigen.” 1 Deze lijn volgend zouden de kunstbeschouwingen aan een behoefte van het hart en het gevoel kunnen voorzien.

Een tweede inspiratie voor Rudloff is de Duitse filosoof en poëet Jean Gebser. Zijn thesis, uitgewerkt in zijn omvangrijke studie The-Ever-present-Origin, is dat het menselijk bewustzijn in transitie is. Transities in de vorm van mutaties in plaats van een continuum. Deze sprongen of transformaties waren fundamentele structurele veranderingen in lichaam en geest. Voor Gebser was het zo dat voorgaande vormen van bewustzijn, naast de nieuwe emergerende structuur blijven bestaan. Met het bewustzijn zelf bedoelt hij geen kennis of geweten maar in zijn breedste betekenis wakkere aanwezigheid. In zijn onderzoek tracht hij het ontstaan en vergaan van verschillende vormen van bewustzijn door de geschiedenis heen te onderscheiden. Hierbij komt hij uit op vijf grote transities die hij definieert als: archaïsch, magisch, mythisch, mentaal en integraal.

Hier een beschrijving van de evolutie van het menselijk bewustzijn volgens Gebser. Een naar mijn inzicht belangrijke denkexercitie om daarna met, hopelijk, aangewakkerde interesse de kunstgeschiedenis van de 20e eeuw te onderzoeken.  2

De Archaïsche structuur:
In Gebser zijn eigen woorden: “The human being was totally immersed in the world unable to extricate himself or herself from that world. They were identical with that world.” 3  Zodoende leeft men in een non-dimensionale bewustzijnsstructuur; hier is geen perspectief. Poëtisch beschreven is het een “dimly lit mist devoid of shadows” 4 of een diepe slaap, zonder enige vorm van eigenheid of uniek-zijn.

De Magische structuur (eindigt rond 40.000 v.chr):
In deze magische structuur zijn objecten, evenementen en personen magische gerelateerd aan elkaar. Symbolen en beelden representeren niet alleen de objecten, evenementen en personen, maar zijn deze  objecten en personen. Deze tijd wordt door Gebser gesymboliseerd als een ‘een-dimensionale’ bewustzijnsstructuur die een tijd-loze, ruimte-loze ‘punt’ is. In tegenstelling tot de archaïsche structuur, waarin de mens en universum in een perfecte harmonie leefden, is de mens zich nu bewust van de natuur, weliswaar als onafscheidelijk onderdeel hiervan, waarnaar zijn gemeenschap moet ‘luisteren’ en handelen om te overleven. Hier is het de jager en verzamelaar die in het magische bewustzijn van het doen, maar niet wetend, handelt. De diepe, droomloze staat van zijn is nu een droombewustzijn geworden.

De mythische structuur (begint vanaf 40.000 v.chr):
Met de komst van de cro-Magnons wordt de mens een gereedschap makend wezen, iemand die zich in sociale structuren begint te organiseren. Gebser symboliseert de mythische structuur als ‘twee-dimensionaal’ door de vorm van de cirkel en de cyclische tijd, gebaseerd op de ontdekking van de ritmische, zich herhalende, natuurlijke evenementen en zijn innerlijke reflectie hierop… “Whereas the distinguishing characteristic of the magic structure was the emergent awareness of nature, the essential characteristic of the mythical structure is the emergent awareness of soul.” 5

In deze mythische structuur worden evenementen, mensen en objecten in verhalen samengewoven. In deze zin geven mythes het bewustzijn coherentie. Veel mythes spelen zich af rond het geleidelijke uittreden, het meer als polariteit tegenover de natuur bevinden. Of het nu de mythe van de zondeval is – en de legitimatie om over deze natuur te heersen – of de Griekse mythe over Prometheus, die het vuur van de Goden steelt en dit aan de mensen schenkt, deze mythes tonen het uittreden van de mens uit de natuur. De natuur krijgt een zijnswaarde, vaak in een antropomorfe vorm, maar alsnog een wezenlijkheid. Deze wezenlijkheid blijkt uit de goden, mysteries en symbolen die in imaginatieve beelden worden gehuld en zo typerend voor deze bewustzijnsstructuur zijn. Waar in de magische periode het emotionele leven zijn opgang maakte is het nu dit imaginatieve vermogen dat centraal staat. Tot deze tijd was het begrip van een ziel of het leven na de dood niet belangrijk. Maar nu komt hier steeds meer nadruk op te liggen. Zo is de Egyptische beschaving hier vanuit te begrijpen.

De mentale structuur (begint tussen 10.000 en 500v.chr):
De mythische bewustzijnsstructuur neemt af, het wordt gebrekkiger. De mens voelt in de zo’n overgangsperiode het einde, en de mogelijkheid van een nieuw begin. Zo ook bij deze overgang. De mensheid had zo’n overweldigende vloed aan mythische wezens en verhalen van de schepping dat het de mens overviel en haast bedreigde. Men vedronk zowat in deze zondevloed van wezens. Zo ook Socrates, Plato, Aristoteles en Pythagoras. Zij begonnen zich hiertegen te kanten, dit door een nieuwe bewustzijnsstructuur naar de oppervlakte te brengen. Een eerste teken hiervan is de ‘ontdekking’ van de causaliteit. Abstractie wordt een key-factor in de nieuwe mentale structuur, de mens begint zijn hoofd te gebruiken en wordt zo steeds meer meester over de natuur. Hierbij is filosofie de vervanger van de myhische vertelling.  Monotheisme vervangt steeds meer het meergodendom van vooralleer. Dogma neemt de plaats over in allegorie en geloofsbelijdenis van de veelvoud aan voorgaande symbolen. Methodes nemen de mysteries over, dit doordat de mens steeds meer het verlangen heeft de natuur binnen te dringen en hier meester van te worden. Dit betekende de eerste stap naar een wetenschap die nieuwe geloofsbelijdenis wordt. Ook werd tijd steeds meer als concept gezien door het te ruimtelijk te denken, als een ‘pijl’ die van het verleden naar de toekomst, via het heden, vooruit beweegt.

Het was  tijdens de Renaissance dat de mens zich volledig individualiseerde. Dit in zichzelf komen ging samen met het meester worden van de ruimte. Een bewijs hiervoor is het perspectief dat in de kunst zijn intrede doet. Deze kunstzinnige schepping werd gelijktijdig een essentieel onderdeel van de mentale structuur. Perspectief is het levensbloed van de metale structuur en het rationele bewustzijn. Het ego-bewustzijn met zijn verhoudende gecentraliseerdheid is nu een feit. De mens neemt nu waar vanuit zijn eigen perspectief, vaak ten koste van andere mogelijkheden. Het oog is het belangrijkste orgaan in de mentale structuur. Met deze vervovering van de ruimte heeft de mens eindelijk zijn individuele scheiding van de natuur gerealiseerd. Met deze concretisering van het ‘ik’ wordt hij zich zeer bewust van zijn bestaan. Het Griekse denken gevolgd door de scholastiek en de verlichting zijn de periodes waarin deze structuur bloeit en zich sterk manifesteert. Samengevat kan er gezegd worden dat in deze periode de mens de ruimte in zijn denken opnam. Deze periode kan haast niet overschat worden, het is letterlijk de tijd waarin de wereld begint te krimpen. De zaden van de een-wereld gemeenschap werden in deze tijd gezaaid. De rimpelingen begonnen met de magische structuur en werden steeds weider: eerst de geest, dan de ziel en dan de ruimte worden bestanddelen van het menselijk bewustzijn. Drie dimensies zijn voorbereid zodat de volgende stap gemaakt kon worden.

Integrale structuur van het bewustzijn:
Deze nieuwe structuur integreert de voorgaande en helpt de mens de limieten van de drie-dimensionale structuur te overstijgen. Een vierde dimensie breekt door, men kan deze toegevoegde dimensie tijd noemen. De integratie is niet zomaar een verbinding tussen twee onmogelijke tegenstellingen, eerder is het de ‘interruptie van kwalitatieve tijd in ons bewustzijn’. 6 De vervanging van tijd speelt een belangrijke rol in deze structuur. A-rationeel (als tegenstelling tot de rationaliteit van de huidige structuur), a-perspectief (als tegenstelling tot het perspectief, de ruimtelijke bepaalde geestesgesteldheid), het doorzichtig-zijn (de transparante doorzichtigheid van het geheel, in plaats van de delen). De spanning en relatie tussen de dingen, is soms belangrijker dan de dingen zelf. Hoe de dingen in relatie tot elkaar zich ontwikkelen is belangrijker dan het feit dat de relatie bestaat. Het zal volgens Gebser deze vorm van integraal bewustzijn-zijn die het dualisme van de mentale structuur zal ‘overwinnen’ en deelnemen in het transparant maken van zelf en leven. Deze vierde-dimensie waarnaar wij bewegen is er een van minimaal verborgen-zijn en maximale transparantie. Transparantie is niet een ‘niet-zien’, zoals men het glas niet ziet waardoor men uit het raam kijkt, eerder kijkt men door te dingen en ziet hun ware natuur. Uitspraken over de waarheid worden overkomen door uitspraken als waarheid. Filosofie zal vervangen worden door etiologie, wat het zijn-in-waarheid is.

Deze structuur is moeilijk te beschrijven omdat het veel op ervaring baseert. Het is niet zozeer de vraag of we deze ervaring hebben, maar eerder in welke mate van intensiteit en wat we daarin verzamelen voor het nu en de toekomst. Intensiteit is de karakteristiek van deze bewustzijnsstructuur. Met intensiteit is niet zozeer een emotionele relatie tot de ervaring of het gevoel en verdieping van de emotie zelf bedoeld. Dit zou een magische reactie zijn en geen integrale.

Naar de analogie van de liefde: liefde is de energie of de drijvende kracht achter echte spiritualiteit en spirituele groei. Eeuwen werd er aangeleerd: houd van onze buren zoals onszelf. Dit is een van de twee geboden door Christus gegeven en sterk ontwikkeld door de apostel Paulus. Echter het is makkelijk om van onze buren te houden – al kan het ergerlijk zijn – omdat zij zoveel op ons lijken. We herkennen onszelf erin en daarom houden we van ze. De mate van interesse, die lokaal is, maakt het liefhebben van mensen als ons een vreugde. We vervullen onze spiritualiteit door dit gebod na te volgen, het is een juk dat we graag dragen. Maar desalniettemin is deze liefde drie-dimensionaal in de meeste gevallen. We houden van diegene die het meest bij ons perspectief op het leven behoort. We kiezen wie dit zijn en hoe vaak wij hen liefde geven. Een integrale, een vier-dimensionale liefde, gaat hieraan voorbij. Christus informeerde de mens ook welke liefde dat is wanneer hij zegt: houd van je vijanden en bid voor wie ons aanklagen. Het is deze liefde die nodig is zonder het geven van onze opinie (ons gezichtspunt, ons perspectief). Dit is de eis van de liefde die maar weinig bereid zijn te geven.

Zover over Gebser en zijn transitie van het menselijk bewustzijn. Hier zal in de volgende artikelen in meer detail op teruggegrepen worden. Want, als zijn hypothese klopt, dan is de kunstgeschiedenis van de 20e eeuw – kunst opgevat als het onzichtbare zichtbaar maken – een poging tot de materialisatie van het integraal-bewustzijn, net als dat het voor de waarnemer een oefening zal zijn in het voorbij de mentale bewustzijnsstructuur de integrale werkelijkheid te beleven.

Was het niet Einstein die zei: “We kunnen onze problemen niet oplossen met het zelfde denken dat wij gebruikten toen wij deze problemen creëerden”?

Dan nu de korte inleiding uitUnvollendete Schöpfung – Künstler im zwanzigsten Jahrhundert” tezamen met vier citaten van Klee, Beckmann, Mondriaan en Tàpies.

Aan deze zijde ben ik niet grijpbaar. Want ik woon net zo goed bij de doden als bij de ongeborenen. Iets nabijer het hart van de schepping dan gewoonlijk. Maar nog lang niet dicht genoeg. 
Deze woorden van de schilder Paul Klee omschrijven de scheppende bron van de kunstenaar, die aan de weergave en het afbeelden van het louter zichtbare voorbijstreeft, die ons verlangen naar beelden stilt, deze zichtbaar maakt. Wat wordt er echter aan hen zichtbaar, waarin reiken zij over de schijnbare afgronden der schepping heen? Waarin hebben zij aandeel aan de stromingen van deze tijd, en op welke wijze hebben zij hun signatuur afgedrukt? Zijn hun ervaringen überhaupt al bekend en op begripsniveau gebracht?
Sinds zo’n honderd jaar heeft het natuurvoorbeeld zijn dogmatische macht verloren en zijn ons een grote rijkdom aan kunstwerken geschonken, ook met een rijkdom aan belevenissen, ervaringen en bevindingen in omgang met vormkrachten en machten, die aan de scheppingen voorafgingen, bevindingen die buiten het zintuigelijke bereik gewonnen werden en zich zintuigelijk navolgbaar uitdrukten. Deze rijkdom waar te nemen betekent eerst opmerkzaam worden voor de belevenissen die aan het werk ten grondslag liggen, over de biografische richting afkomstig uit het milieu, de geschiedenis, de hoop, intentie en doelen van de kunstenaar. In de hoogachting, zonder vooroordeel over de scheppende daden. Uit onbegrensde vrijheid en verantwoording kan dan aan een bewustzijnsverhaal begonnen worden, waarin de sensitieve kunstenaar actief zijn stempel drukt. Dat dit verhaal over het algemeen onbewust gebleven is, dat toont ons gebrek aan benodigde begrippen, aan een esthetiek die recht doet aan dit streven.  Opdat de toegang tot hun werken zo puur mogelijk, zonder vooroordeel, belevings en ervaringsrijk kan zijn, daar is dit boek aan gewijd.

Aanmatigend wordt de kunstenaar, die daarbij weldra ergens steken blijft. Geroepen echter zijn de kunstenaars, die vandaag tot enige nabijheid van de geheime gronden doordringen, waar de oorspronkelijke oerwetten van de ontwikkelingen gevoed worden. Daar waar het centraal orgaan van alle tijd-ruimte-beweeglijkheid, of het nu hersenen of hart der schepping genoemd wordt, aangezet wordt tot functioneren. Wie zou daar als kunstenaar niet willen wonen? In de schoot der natuur, in de oergrond der schepping, waar de geheime sleutel tot alles bewaard ligt? Echter niet allen mogen naar binnen! Ieder zal zich daarin bewegen, als men zich de slag van zijn hart herinnert.

  • Paul Klee
Polyphony2.jpg
Polyphony2, Paul Klee (1932), via Wikimedia Commons

 

Waarop het met mijn werk vooraleer aankomt, is het ideële, dat zich achter de schijnbare realiteit bevindt. Ik zoek de brug naar het onzichtbare, zoals een beroemde kabbalist het ooit gezegd heeft: wil men dat onzichtbare begrijpen, dan moet men doordringen, zo diep men kan, in het zichtbare. Het gaat steeds weer daarom, de magie van de realiteit te vangen en deze realiteit in het schilderen om te zetten. Het onzichtbare zichtbaar maken door de realiteit. – Dat mag misschien paradoxaal klinken – het is echter werkelijk de realiteit, die het eigenlijke mysterie van het hier-zijn afbeeldt.

  • Max Beckmann
Afbeeldingsresultaat voor max beckmann
Max Beckmann – Self-portrait with Champagne Glass (1919) via Flickr

 Kunst is alleen maar zo lang een plaatsvervanger, als de schoonheid van het leven gebrekkig is. Zij zal in gelijke verhouding verdwijnen, als het leven aan evenwicht wint… In de toekomst wordt de verwerkelijking van het puur plastische uitgedrukt in de tastbare realiteit die het kunstwerk zal vervangen. We hebben het beeld en de sculptuur niet meer nodig wanneer we in verwerkelijkte kunst leven.

  • Piet Mondriaan
Horizontal Tree, Piet Mondriaan (1911) via Wikimedia Commons

Wij weten de dingen nog nauwelijks juist te aanschouwen, we hebben daarvoor geen tijd. Onze zintuigen ontglijden ons door de overmaat aan belasting op alle mogelijke manieren, aan bontheid, verwarring en ruis. Wij moeten de oorsprong terug heroveren, de omgang daarmee weer leren: het vermogen tot contemplatie; de concentratie op dat wat we doen; we moeten onze tijd voor meditatie weer hernemen, een minimum aan afstand en vrijheid in ons leven behouden…

  • Antoni Tàpies
Antoni Tàpies via Flickr

  1. Rudolf Steiner, Kerngedachten van de antroposofie [Wat Michaël wil] (1924, vertaling 1996)

  2. De volgende beschrijving van de stadia van bewustzijn zijn een, haast, letterlijke vertaling van het artikel: THE PRIMORDIAL LEAP AND THE PRESENT: THE EVER-PRESENT ORIGIN – AN OVERVIEW OF THE WORK OF JEAN GEBSER (Ed Mahood, jr.)

  3. Mahood, Ed (1996),Mickunas, Algis (1997), An Introduction to the Philosophy of Jean Gebser. In: Integrative Investigations, January 1997, Volume 4 Number 1. Pages 8-21

  4. Feuerstein, Structures of consciousness, p. 57

  5. Gebser, Jean (1991) [1985], The Ever-Present Origin, authorized translation by Noel Barstad with Algis Mickunas, Athens: Ohio University Press

  6. Feuerstein, Structures of consciousness, p. 130.

één reactie

  1. Frans Lutters
    december 5, 2016
    Beantwoord

    Een mooi initiatief van verwantschap in kunst, ik ga je bewustzijnssreis, in ontmoeting met kunstwerken en hun scheppers de komende 28 weken volgen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *