Waarom hun oorlog onze zaak is

De wereld lijkt in brand te staan. Bomaanslagen, moordpartijen en miljoenen vluchtende mensen zijn de orde van de dag. Waar we enkele jaren geleden zijn begonnen met het afbouwen van onze krijgsmacht, weten we opeens niet meer hoe snel we erin moeten investeren. Wereldvrede lijkt ver weg. Om nog enige grip te krijgen op stabiliteit in de wereld lijkt de enige optie ons te mengen in de strijd.

Toch krijgen we bij het woord ‘wereldvrede’ al snel een nare smaak in de mond. We linken het aan de jaren zestig, toen hippies in lange gewaden met lang haar en lange joints “peace man” riepen en vervolgens weinig teweeg brachten. Velen van ons hebben de hoop opgegeven, vrede is een onmogelijk doel geworden. Je moet wel een neo-hippie zijn wanneer je beweert dat er in deze wereld vol extremisme en vreemdelingenhaat een realisatie van dit dubieuze woord mogelijk is. Toch zijn er vooralsnog mensen die dit beweren. Mensen die ik niet als hippies zou omschrijven. Ikzelf ben daar één van en ik zal uitleggen waarom.

Ik wil met dit artikel pleiten voor het plaatsvinden van vredesmissies. Een sterk bekritiseerd verschijnsel in onze hedendaagse maatschappij. Vanaf het begin van de vredesmissie-geschiedenis bestaan twee veel bediscussieerde en onopgeloste vraagstukken. Ten eerste: waarom is hun oorlog onze zaak? En, waarom gebruiken we militaire missies om vrede te bereiken? Met andere woorden: waarom gebruiken we geweld om geweld tegen te gaan? Deze twee vragen zullen de leidraad in het artikel – en daarmee mijn argumentatie – vormen.

Om te beginnen: vrede is een lastig begrip, dat niet simpelweg uitgelegd kan worden als afwezigheid van oorlog. In de vakliteratuur worden twee vormen van vrede benoemd. Bij negatieve vrede spreekt men over enkel de afwezigheid van collectief geweld in een gebied, terwijl met positieve vrede een duurzame vorm van negatieve vrede wordt bedoeld. Om positieve vrede te bereiken zijn veranderingen in regeringstructuren, houding en relaties van een land nodig. 1

Landen die te maken hebben met langdurige (burger)oorlogen lukt het vaak niet om op eigen kracht positieve vrede te bereiken. Hiervoor worden vanuit de internationale gemeenschap dan zogenoemde vredesmissies ingezet. Deze missies moeten zorgen voor een eliminatie van structurele, relationele en culturele conflictoorzaken en een opbouw van duurzame vrede, zodat het conflict niet weer oplaait wanneer de internationale vredestroepen zijn vertrokken.

Vrede brengen als vorm van modern imperialisme?

Maar waarom moeten wij ons eigenlijk bezig houden met conflicten die zich zo ver van huis afspelen? De Roemeense politicoloog en historicus Edward Luttwak vindt dit onzin, je kunt conflictlanden veel beter aan hun lot overlaten. In zijn essay ‘Give War a Chance’ stelt hij  dat oorlog, ondanks dat het natuurlijk een verschrikkelijk fenomeen is, ook een positieve component met zich meedraagt. Het zal namelijk uiteindelijk altijd tot vrede leiden. Hiermee stelt hij tevens dat oorlog een onvermijdelijk verschijnsel is dat plaats moet vinden voordat er vrede bereikt kan worden. Wanneer de internationale gemeenschap intervenieert in een land dat zich nog in staat van oorlog bevindt, wordt dit natuurlijke proces verstoord en zullen de diepliggende oorzaken van het conflict volgens Luttwak niet opgelost worden. Het resultaat is dat burgeroorlogen uitgroeien tot langslepende, gewelddadige problemen, die bij het minste of geringste weer de kop op steken. 2

Is internationale vredeshulp daarbij niet eigenlijk simpelweg een vorm van modern imperialisme? Wij wijze westerlingen zullen die onderontwikkelde volkeren wel even beschaving bijbrengen. Voor die hulp willen wij westerlingen dan ook vaak iets terug. Inspraak in een regering bijvoorbeeld, of grondstoffen.

Dit zijn sterke argumenten tegen vredesoperaties. Argumenten waar zeker een kern van waarheid in zit. Toch denk ik dat mensen die deze argumenten aanhangen twee belangrijke zaken over het hoofd zien.

Ten eerste gaat Luttwak voorbij aan het principe van verwantschap, dat mijns inziens wel degelijk van origine in de menselijke psyche aanwezig is. Een basale vorm van naastenliefde. Een begrip dat de Duitse filosoof Erich Fromm definieerde als ‘verantwoordelijkheid, zorg, respect voor, de bereidheid tot het krijgen van inzicht in ieder ander mens, de wens het leven van de ander te verrijken’. Volgens Fromm is de kern van naastenliefde het ervaren dat wij mensen allemaal gelijk zijn. De basis van het mens-zijn kent geen verschillen. 3

Dit is voor mij een uiterst belangrijk argument voor het plaatsvinden van vredesmissies. Een simpel hulp bieden aan de medemens in nood. Het feit dat het Westen zich, na een lange en oorlogszuchtige geschiedenis, bevindt in een staat van ver doorgevoerde vrede en ontwikkeling, geeft ons de mogelijkheid hulp te bieden aan degenen die het ongeluk hebben niet in een vredige samenleving geboren te zijn.

Als je naastenliefde een te idealistisch en abstract argument vindt voor het plaatsvinden van vredesmissies, dan klinkt mijn tweede argument misschien aannemelijker. Alhoewel het misschien een ouderwets idee is in onze individualistische samenleving, ben ik van mening dat iedere individu de taak heeft om bij te dragen aan een betere wereld. Een wereld, die we voor onszelf en de komende generaties moeten behouden tot prettige verblijfplaats. Ik bedoel dit niet idealistisch, of zweverig, maar puur praktisch.

Wil jij niet tegen je (klein)kinderen kunnen beweren dat ze alles uit de wereld mogen kiezen om te doen in hun leven? Dat is het voorrecht dat wij westerlingen hebben gekregen (en hard voor hebben gestreden in de loop der geschiedenis) en het is een recht dat ook onder spanning komt te staan door de oorlogen die er in andere werelddelen gevochten worden. Het is een recht dat ons niet afgepakt mag worden en waarvoor we moeten strijden het te behouden. Sterker nog, het is een recht dat alle kinderen toebehoort. Ongeacht huidskleur of geboorteplaats. Afijn, daar ga ik weer met mijn idealisme.

Rationeel gezien is dit mijn argument: het aloude samenwerkingsverband dat we na de twee grote wereldoorlogen zijn aangegaan moet de drijfveer van vredesmissies blijven. In een stabiele wereld is zoveel meer mogelijk dan in een wereld vol conflicten. Dat is waarom hun oorlog ook onze zaak is. Niet alleen omdat wij mensen allemaal gelijk zijn en voor elkaar op moeten komen, maar ook omdat hun oorlog onze vrijheid bedreigt.

Missies in alle soorten en maten

Er zijn veel verschillende manieren om vrede op te bouwen in een land. De focus kan bijvoorbeeld liggen op humanitaire hulpacties. Deze acties vinden vaak plaats in landen die nog in in oorlog zijn. Hierbij wordt hulp geboden aan de lokale bevolking in de vorm van medische zorg, voedsel- en watervoorziening en eventueel onderwijs.

Een ander focuspunt van een missie kan regeringshulp zijn. Dit kan inhouden dat een regime dat wordt gezien als een bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid wordt gedwongen tot aftreden, waarna een nieuwe regering wordt aangesteld.

Een andere vorm van regeringshulp kan een restauratie van een al bestaande democratie zijn. Deze democratie is door oorlog in gevaar gekomen en internationale hulptroepen helpen met het organiseren van vrije verkiezingen de democratie te herstellen. 4

Opvattingen over de manier waarop er vrede tot stand moet komen verschillen alom. Dit onderwerp is al ruim een halve eeuw onderwerp van zowel het politieke als het publieke debat.

Een korte geschiedenis van de vredesmissie

Deze discussie begon net na de Tweede Wereldoorlog. Het Westen ging in deze tijd een nieuwe fase in, waarin het begrip ‘samenwerken’ hoog in het vaandel kwam te staan. Er diende samengewerkt te worden om vrede te behouden en te garanderen. De Verenigde Naties werden opgericht om nieuwe conflicten te voorkomen. Een paar jaar later volgde de oprichting van de NAVO, waarmee de leden overeenstemden elkaar bij te staan in de verdediging tegen externe aanvallen. Deze samenwerkingsverbanden, die van origine waren gebaseerd op zelfverdediging, werden mettertijd sterker en groter.

Grofweg kan de geschiedenis van vredesoperaties ingedeeld worden in drie fases (zie tabel). In de beginjaren leidde de VN alle vredesmissies, waarin bewapening een kleine rol speelde. Dit leidde ertoe dat onderhandelingen op de eerste plaats kwamen te staan en enkel lichtbewapende troepen ingezet werden, pas nadat er een staakt-het-vuren akkoord was getekend. In theorie klinkt dit effectief, maar in de praktijk bleek het niet helemaal te werken. De VN droegen weinig autoriteit uit door de lichte bewapening, wat erop neer kwam dat VN-militairen eerder de rol van levende schietschijven vertolkten dan van vredestichters.

Eén van de allereerste VN-vredesmissies was de United Nations Military Observer Group in India and Pakistan (UNMOGIP), begin 1949. India en Pakistan werden in 1947 onafhankelijk, wat niet gelijk tot rust en vrede leidde. Omdat Pakistan helemaal onafhankelijk wilde worden en geen onderdeel van India wilde uitmaken brak een gewelddadig conflict uit tussen beide landen. De Verenigde Naties besloten zich te mengen in het conflict en zichzelf een leidende rol in de vredesonderhandelingen toe te eigenen. Met deze missie werden de beide landen begeleid in het opstellen van vredesakkoorden. 5

Tijdens de tweede fase werd deze vorm van vredeshandhaving uitgebreid en geprofessionaliseerd. Nog altijd was onderhandeling een belangrijke pijler, maar aangezien het pijnlijk duidelijk was geworden dat bewapening een noodzaak was, werd er steeds meer gebruik gemaakt van gewapende troepen om vrede af te dwingen zonder akkoorden. Er werd ook niet meer pas na een staakt-het-vuren hulp geboden. Er werd eerder ingegrepen bij uit de hand gelopen conflicten.

Een voorbeeld hiervan zijn de verificatie-missies in Angola. In Angola begon rond 1960, na zo’n tweehonderd jaar onder Portugees gezag, een onafhankelijkheidsstrijd. De strijd werd geleid door maar liefst drie onafhankelijkheidsbewegingen, die allemaal door andere wereldmachten gesteund werden. Zo mengden onder andere Cuba, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten zich in het conflict. In 1975 werd Angola onafhankelijk, maar de strijd tussen de rebellen en grootmachten werd enkel groter. De Verenigde Naties grepen in en stuurden tijdens de eerste verificatie-missie in 1988 Cuba weg uit Angola. Tijdens de tweede missie in 1991 waarborgden de VN een officieel staakt-het-vuren en in 1995 kwam er een derde missie, die een verzoeningsproces begeleidde. Zo zorgden de Verenigde Naties in drie missies voor een bekoeling van het conflict en begeleiding van het vredeshandhavingsproces. 6

Momenteel zitten we in de derde fase op de internationale vredeshandhaving tijdlijn. Met het einde van de Koude Oorlog werd opnieuw een nieuw tijdperk ingeluid, waar een nieuwe vorm van vredeshandhaving bij hoorde. Waar de focus voorheen vooral op interstatelijke conflicten lag (dat wil zeggen conflicten tussen landen), werd vanaf nu meer aandacht besteed aan intrastatelijke conflicten (conflicten binnen landen, vaak burgeroorlogen). Ook na de aanslagen op de Twin Towers op 11 september veranderde de mentaliteit van vredeshandhaving. De interventies in Irak en Afghanistan vloeiden hieruit voort, waardoor vredeshandhaving verbonden werd met de war on terror, die de Verenigde Staten introduceerden. Vanaf 1995 vonden er ook vredesmissies onder leiding van de NAVO plaats. Zo kwam er – om positieve vrede te bereiken – naast vredeshandhaving meer aandacht voor staatsopbouw, al tijdens oorlogen.

Een goed voorbeeld hiervan is de wederopbouwmissie in Afghanistan. 7 Zoals de naam al zegt werd in deze missie hier de nadruk gelegd op staatsopbouw. Dit terwijl het conflict tussen de Taliban en de Afghaanse overheid nog volop gaande was. Hierdoor hadden militairen zowel de taak de Taliban te bestrijden als de wederopbouwers te beschermen zodat ze hun werk konden doen.

De huidige vorm van vredesoperaties wordt ook wel ‘robuuste’ vredeshandhaving genoemd. Hiermee wordt gedoeld op de grote aanwezigheid van gewapende troepen in het vredesproces. Toch wordt de civiele component ook steeds belangrijker, zeker in het wederopbouw proces. 8

In dit hele proces zijn tal van internationale en lokale partijen nodig om resultaat te bereiken. Zeer belangrijk is ook dat al deze partijen effectief samenwerken. Helaas staat een diepgeworteld wij-zij denken dit vaak nog in de weg. De huidige definitie van vredesmissies kan worden beschreven als de inzet van zowel militaire als civiele manschappen van verschillende internationale organisaties, die uit naam van een VN-mandaat een duurzame vrede proberen op te bouwen in landen die aan het herstellen zijn van een burgeroorlog. 9 Vredesmissies worden tegenwoordig niet meer per definitie geleid door de Verenigde Naties. Tijdens de derde fase begon de NAVO ook met het leiden van vredesmissies.

De gewelddadige weg naar vrede

De missies zijn dus in de loop van de geschiedenis steeds zwaarder bewapend. Hier is veel kritiek op geuit, want waarom moeten we zo nodig geweld gebruiken om geweld tegen te gaan? Is dit niet een zeer problematische controverse? Om dit vraagstuk te beantwoorden wil ik refereren naar een artikel dat ik laatst las op de website van De Correspondent over Generaal-majoor Patrick Cammaert. Cammaert heeft leiding gegeven aan enkele grote VN-vredesmissies, zoals bijvoorbeeld de MONUSCO missie in Oost-Congo. Je kunt dus wel zeggen dat hij het een en ander weet over vredeshandhaving.

In het artikel stelt hij vijf lessen over vredesmissies. Eén van de lessen is: geweld is nodig om burgers te beschermen. Het gebruik van geweld is zeer omstreden in de westerse politiek. Vooral de VN – gebouwd op vreedzame samenwerkingsverbanden – gaat het fysieke gevecht liever niet aan. Toch mogen VN troepen officieel wel geweld gebruiken. In eerste instantie als zelfverdedigingsmechanisme, maar ook om de lokale bevolking te beschermen.

Rebellenleiders deinzen nergens voor terug, ook niet voor gewelddadige acties om de bevolking voor zich te krijgen. Ook regeringen kunnen vreselijke dingen doen om hun volk onder de duim te houden. Soms is het gebruik van geweld de enige manier om dit tegen te gaan, is Cammaerts ervaring. Bruut geweld is enkel tegen te gaan met een daadkrachtiger vorm van geweld.

Toch zorgt geweld volgens Cammaert uiteindelijk niet voor een oplossing. Een oplossing in een conflict kan enkel bereikt worden door te onderhandelen. Feit is wel dat je zo’n rebellenleider of dictator aan de onderhandelingstafel moet krijgen. Daar is veel daadkracht voor nodig, die lok je niet met mooie praatjes over wereldvrede. 10

Vredesmissies in de toekomst

Begrijp me niet verkeerd, ik wil met dit artikel niet beweren dat de huidige vorm van vredesmissies het ideale ingrediënt voor wereldvrede is. Wat ik wel wil betogen is dat vredesmissies een goede manier zouden kunnen zijn om het vredesproces in een conflictgebied te kunnen versterken. Mits vaardige mensen worden aangesteld, veel kennis wordt gebruikt en op een eerlijke manier wordt gestreden voor de vrijheid en veiligheid van burgers wereldwijd. Hierin hebben we nog veel te leren.

Ook VN generaal Cammaert, die tijdens zijn missies veel heeft bereikt voor de lokale bevolking, wijst op de onvolkomenheden van het huidige systeem. Missies duren tientallen jaren en brengen toch nog weinig teweeg. Vaak laaien conflicten weer op nadat de internationale vredestroepen zijn vertrokken.

Heeft Edward Luttwak dan toch gelijk wanneer hij stelt dat interventie een oorlog juist verlengt? Nee. Ik denk dat de kern van het probleem de bijna onoverbrugbare afstand tussen politieke praatjes en de complexe werkelijkheid is. We bevinden ons hier op politiek terrein, waarbij geopolitieke belangen altijd een grote rol spelen en daarmee roet in het eten van zowel missieleiders als lokale bevolking kunnen gooien. Ook worden missieleiders, om bepaalde lidstaten tevreden te houden, tegenwoordig nog vaak aangesteld vanwege hun nationaliteit en niet vanwege hun ervaring en kwaliteiten. 11 Dit zijn ingewikkelde problemen, waar niet zomaar een oplossing voor te vinden is.

Kortom, vredesmissies zijn lastig, omdat conflicten ingewikkelde spinnenwebben zijn en op verschillende vlakken professioneel aangepakt moeten worden. Maar dat het lastig is betekent nog niet dat we ons er maar niet aan moeten wagen. Ik denk namelijk dat we met vredesmissies een uniek middel in handen hebben om bij te dragen aan een vrediger wereld, waarin kinderen hun eigen ambities kunnen koesteren en ouderen de zorg krijgen die ze verdienen na jaren hard werken. Om dit middel optimaal te laten functioneren moeten we wel heel goed nadenken over de precieze aanpak.

Ten eerste hebben we de mankracht, ervaring en kennis nodig van een zo gevarieerd mogelijk palet van mensen. Historici, antropologen, sociologen en politicologen zijn nodig om de aard van een conflict vast te stellen en effectieve leiders zoals Cammaert om de strategieën uit te voeren en zowel zijn manschappen als de lokale bevolking te beschermen.

Ten tweede moeten we erkennen dat hun probleem ook het onze is en wij dus alles op alles moeten zetten om een oplossing te vinden.

Ten derde moeten we aanvaarden dat geweld soms het enige middel is richting een oplossing. In het hedendaagse politieke web van bureaucratische regels is het soms nodig dat iemand als Patrick Cammaert opstaat, met zijn vuist op tafel slaat en roept:  ‘Je bent niet op missie om de populariteitsprijs te winnen. Gil, schop, krijs het uit als er dingen misgaan, als je je werk niet kunt doen, als er méér moet gebeuren. Als de lidstaten je budget naar beneden schroeven, wees dan duidelijk: dat betekent dat ik dit, dit en dit niet meer kan doen. Dat betekent dat er zoveel mensen zullen sterven. Beseft iedereen dat?’ 12

Als laatste, en misschien wel belangrijkste, hebben we de wil nodig om het systeem te kunnen laten functioneren. We moeten willen accepteren dat conflicten complexe spinnenwebben zijn, gevormd door eeuwenlange onenigheden, ontevredenheid en uiteenlopende belangen. We moeten hulp willen bieden en we moeten willen accepteren dat daarvoor soms geweld nodig is. Zolang we willen inzien dat hun oorlog ook onze oorlog is blijf ik van mening dat wereldvrede een mogelijk doel is. Een doel dat we door samen te werken kunnen bereiken.


  1. Charles T. Call and Elizabeth M. Cousens, ‘Ending Wars and Building Peace: International Responses to War-Torn Societies’, International Studies Perspectives (2008) 9, 1-21, aldaar 3.

  2. Edward N. Luttwak, ‘Give War a Chance’, Foreign Affairs, 78:4 (1999).

  3. Erich Fromm, Liefhebben: een kunst, een kunde (Amsterdam 2010) 69.

  4. Oliver Ramsbotham, Tom Woodhouse en Hugh Miall, Contemporary Conflict Resolution (Londen 2005) 203-206.

  5. Klik hier voor meer informatie over de UNMOGIP missie, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

  6. Klik hier voor meer informatie over de UNAVEM missies.

  7. De International Security Assistance Force (ISAF) was een missie die werd geleid door de NAVO, onder een VN-mandaat uitgevoerd. De missie duurde van 2001 tot 2014 en was de grootste vredesmissie die ooit heeft plaatsgevonden. Klik hier voor meer informatie over de missie.

  8. Klik hier voor meer informatie over (de geschiedenis van) VN-vredesoperaties.

  9. Roland Paris, At War’s End. Building Peace after Civil Conflict (Cambridge 2004) 38.

  10. Maite Vermeulen, ‘Wereldvrede begint met een klap in het gezicht (en de ballen om die uit te delen)’, De Correspondent, 12 augustus 2016. Klik hier om het artikel te lezen.

  11. Vermeulen, ‘Wereldvrede begint met een klap in het gezicht (en de ballen om die uit te delen)’

  12. Vermeulen, ‘Wereldvrede begint met een klap in het gezicht (en de ballen om die uit te delen)’

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *