Gesublimeerde slimheid

Vroeger sprak ik regelmatig met mijn vader over problemen die toen schijnbaar erg belangrijk waren. Daar ben ik erg dankbaar voor, het heeft me bewust gemaakt en doen realiseren dat we nog hard moeten werken aan onze wereld. Toch was er altijd een gekke ondertoon. We spraken eigenlijk altijd met het idee dat het de ander is die fout zat. Mijn vader heeft mij meerdere keren verteld dat 80% van alle mensen nou eenmaal dom is en dat alle problemen daaruit voortkomen. Daarbij zei hij natuurlijk ook dat hij ons twee daar niet mee bedoelde. Ik knikte altijd instemmend mee en heb deze levensvisie met me meegedragen. Mijn vader is één van mijn grootste voorbeelden, een slimme man, maar met onze uitspraak bepleitten we eigenlijk vooral domheid. In bijna alle gesprekken die ik heb gevoerd met wie dan ook over de politiek, het sociale domein of überhaupt onze samenleving weerklonk de verwijzing naar de slecht- en domheid van de ander. Ik neem aan dat ik niet de enige ben die dit soort gesprekken heeft gevoerd. Sterker: ik durf te stellen dat iedereen die op onze wereld rondloopt weleens zo’n gesprek heeft gehad. Maar naar wie wijzen we dan? En wat bedoelen we er precies mee? Volgens onszelf zouden we zelf het probleem niet zijn, en op die manier blijft uiteindelijk niemand over om aan te wijzen, toch? Een simpel rekensommetje.

Even tussendoor, is er iemand bij je in de kamer terwijl je dit leest? Zo ja, zou je hem of haar kunnen vragen om een kruisje op jouw voorhoofd te tekenen? Alvast bedankt.

Ergens klopt wat mijn vader eigenlijk probeert te zeggen ook wel: er is nooit een individu dat volledig verantwoordelijk is voor een probleem. Het betreft altijd een groep mensen die een situatie mede mogelijk maakt, beïnvloedt door een ondoorgrondelijke, massieve hoeveelheid dingen die ons sturen, van het weer tot de dood van een onbekende aan de andere kant van de wereld. Maar wat drijft ons om te denken dat wij geen onderdeel zijn van die groep, die schijnbare tachtig procent die volgens mijn vader de oorzaak is van alle problemen? Iemand in een gevangenis vertelde me ooit (degene die het vertelde was geen gedetineerde trouwens) dat 90% van alle misdaden plaatsvindt in een fractie van een seconde, de druppel die de emmer doet overlopen, een samenkomst van omstandigheden. De groep psychopaten en veelplegers zijn maar een fractie van de totale gedetineerden, het puntje van de ijsberg. Natuurlijk hadden mijn vader, ik en alle andere gespreksgenoten de beste bedoelingen, per slot van rekening spraken we onze zorgen over een stukje van de wereld uit, maar we namen niet onze verantwoordelijkheid, die schoven we naar de ander, en de ander weer terug naar ons.

Eigenlijk ben ik ontzettend arrogant. Hoewel ik het niet direct uitspreek, denk ik toch dat ik bij de slimme 20% hoor, denk ik dat ik talent heb en dat ik succesvol en vooral belangrijk ben. Ik ben ook nog een blanke, westerse man – ook dat nog. Ik vraag me af hoeveel procent van de bevolking denkt dat hij of zij bij de slimste 20% hoort. Zou dat netjes 20% zijn? Misschien 40%, 60%? Of misschien zelfs 100%? In dat geval zouden we onszelf allemaal collectief slimmer vinden dan de domste 80%, die dan dus eigenlijk niet echt bestaat. 100% slimheid.

Oké, laten we stellen dat mijn vaders 80% regel voortkomt uit meervoudig en kwalitatief wetenschappelijk onderzoek; hoe kan het dan dat iedereen die ik spreek bij die 20% denkt te horen? Wanneer iedereen vindt dat hij of zij bij de slimste 20% hoort, ontstaat er een soort ‘state of nature’ 1, een ordeloze samenleving. Iedereen moet constant zijn of haar rug in de gaten houden, want misschien is er wel iemand  slimmer, wat betekent dat de persoon in kwestie plotseling bij de domme 80% hoort, wat weer betekent dat de slimste 20% alle problemen van onze samenleving kan projecteren op de domme 80%, waar je dan ineens dus wel onderdeel van uitmaakt. En dan draag je ineens verantwoordelijkheid voor alles wat er gebeurt in onze wereld, en oh, dat is pijnlijk!

Het schadelijke van onze stelling is niet per se dat wij zo’n 5,7 miljard mensen dom noemen, maar dat wij alle ellende in onze wereld op hen afschuiven. Hoe zijn we bovendien bij het idee gekomen dat de problemen in onze samenleving veroorzaakt zijn door de domste bevolkingsgroep? Volgens mij hebben die nog nooit toegang gehad tot de middelen en beleidsposities om echt grote problemen te veroorzaken. Natuurlijk kun je je daarnaast ook afvragen of onze ideeën over intelligentie wel zo ‘slim’ zijn, en of onze ideeën over slimheid wel zo ‘intelligent’ zijn. Zo kan de één slim zijn op een gebied waar de ander dom is en andersom, zo is eigenlijk iedereen wel een beetje dom en slim tegelijkertijd. Ondanks dat iedereen zich inmiddels wel bewust is van de verschillende vormen van intelligentie, lijkt het alsof we toch nog erg gefocust zijn op één bepaalde vorm van intelligentie.

Op zoek naar een reden

Het geloof in onze eigen slimheid klinkt zo bijna als een collectieve identiteitsstoornis; misschien is juist een stukje persoonlijke onzekerheid en twijfel best wel belangrijk. Het zou in ieder geval bij mij vermijden dat ik geen disclaimer ontwikkel jegens alles wat er gebeurt in de wereld. Ik durf niet te stellen dat mijn vader zo’n zekere man is, in de positieve zin van het woord, hij heeft veel verantwoordelijkheid en twijfelt altijd bij belangrijke keuzes. Misschien is het een vorm van egoïsme of wellicht is het een angst, een onzekerheid?

Piramide van Maslow (Eef Veldkamp)
Piramide van Maslow (Eef Veldkamp)

De piramide van Maslow 2 is inmiddels een gerenommeerd begrip en wordt te pas en te onpas ingezet. Maslow ontwikkelde de piramide om de menselijke behoeftes vorm te geven in een hiërarchie waarbij de bovenste behoeftes niet vervult kunnen worden zonder dat de onderste voldaan zijn. Zo kun je moeilijk aandachtig naar kunst kijken (zelfontplooiing) terwijl je echt heel erg nodig moet plassen (lichamelijke behoeftes). Het hoogste in de piramide van Maslow is wel genoemd ‘zelfontplooiing’ en het meest primale zijn de lichamelijke behoeftes. Later voegt hij er ook nog zelftranscendentie aan toe: het overstijgen van de zelf. Die staat helemaal bovenaan: een eervolle toevoeging aan een systeem dat ontzettend op de zelf is gefocust, het vervullen van eigen behoeften. Nou noemt Maslow in zijn piramide ook nog het stukje erkenning en zelfrespect, op de welverdiende derde plek van boven in de piramide. Volgens Maslow is erkenning dus een substantieel onderdeel op de weg naar het geluk, dat is namelijk de beloning die wij krijgen bij het vervullen van behoeftes. Mijn vader en ik streven naar geluk bij onze uitspraak, maar zijn we zo ongelukkig dat we dat op zo’n valse manier moeten doen?

Het lijkt alsof de mensen waarmee ik spreek allemaal blijven hangen op het voldoen van de behoefte aan erkenning, wellicht ik zelf ook: waarom zouden wij onszelf anders ten koste van de onbekende anderen ophemelen of naar Afrika gaan om voedsel uit te delen aan kinderen die we zelf hebben uitgehongerd? Maslow benadert twee vormen: één vorm is erkenning van buitenaf en de andere vorm is zelferkenning. Als we de piramide van Maslow als wet aannemen, zou je kunnen zeggen dat we geen voldoening kunnen geven aan de behoefte aan erkenning omdat de daar onder staande behoeftes niet vervuld zijn. Zouden dat de lichamelijke behoeftes zijn: veiligheid en zekerheid of sociale contacten? En hoe komt het dat die blijkbaar zo collectief onvoldaan blijven? Sprekend als een westerling en als iemand die onder de armoedegrens leeft, kan ik nog steeds zeggen dat ik mijn lichamelijke behoeftes kan voldoen. Ook zijn wij in het westen bijzonder goed in het creëren van systemen en structuren waarin we leven en het sociaal contact is meer aanwezig dan ooit tevoren. Wel geldt dat twee van deze drie aspecten aan het veranderen zijn. Zo vallen de systemen die wij ooit als definitief hebben gezien. Noem de banken en de vorm waarin wij democratie voeren, waarmee ook zekerheid opnieuw gedefinieerd moet worden. Hoe zekerheid ooit meer over vastigheid ging, gaat dit nu voornamelijk over dynamisch zijn. Ook onze samenleving verandert van een hiërarchische vorm naar een meer horizontale vorm. Wat betekent dat je geen hele concrete positie meer hebt met een overste en een mindere, maar dat verantwoordelijkheid verdeeld wordt over meerdere schouders. Ook de manier hoe wij omgaan met de socialiteit is aan het veranderen; zo zou je kunnen zeggen dat bijna iedereen in de wereld dichtbij en benaderbaar is geworden door de technologische ontwikkelingen, maar ook dat we veel meer zijn gaan handelen vanuit het concept van de autonome, ‘bijzondere’ individualiteit. Zo hadden we eerst direct contact met een ander, je keek hem of haar in de ogen, en nu worden alle uitingen gereduceerd tot een algemene en kleurloze taal, de taal van de enen en nullen. Misschien zijn we allemaal wel gewoon heel erg bang, bang voor het verliezen van de dingen in het leven die altijd heel erg vast hebben geleken.

De piramide van Maslow heeft wat mij betreft een grote tekortkoming, zij is uitsluitend gefocust op het vervullen van eigen behoeftes en is daarmee egocentrisch. Hoe duidelijk ook wordt aangegeven dat de ander noodzakelijk is in het vervullen van mijn eigen behoeften, wordt er niet geïmpliceerd dat ikzelf dus ook een rol moet spelen in het vervullen van de behoeften van anderen. Dus als het kopje erkenning niet voldaan wordt door anderen, omdat iedereen te druk is met het vervullen van die van zichzelf, dan zul je de lege ruimte moeten opvullen met vulmiddel: door jezelf op te hemelen bijvoorbeeld. Misschien zouden we onszelf in de toekomstige tijd wat meer moeten focussen op een nieuwe psychologie, een psychologie die niet uitsluitend op de beestigheid van de zelf is gefocust, maar op het noodzakelijke beestelijke van het collectief. Dus Maslow, als je dit leest, zou je er dan nóg een kopje bij willen voegen, genaamd empathie of altruïsme: onbaatzuchtig de ander helpen? Niet alleen voor het bestwil van de ander, maar ook voor het bestwil van onszelf. Naar mijn inzicht ergens tussen sociaal contact en erkenning? Beter te laat dan nooit.

Voorbij het dierlijke

Wil je nu even naar de dichtstbijzijnde spiegel lopen en even kijken naar wat je ziet? Betast het, probeer het te ontvreemden van je lichaam, scheld ernaar en betwijfel het.

De biologie kent een befaamd experiment waarin wordt beoordeeld of een proefdier een zelfbewustzijn heeft. Het gaat als volgt, en het is wonderbaarlijk: een onderzoeker plaatst met een stift een kruis op het voorhoofd van een dier, laten we voor het gemak even de chimpansee nemen: die worden vaak ook wel gezien als de bètaversie van de mens. De chimpansee kan niet zien wat er geplaatst is en zal er dan ook niet echt veel aandacht aan besteden. Zijn of haar medechimpansees besteden er wel tijd aan; zij zien dat er iets is veranderd aan hun soortgenootje, zij betasten het, proberen het te ontvreemden van hun maatjes’ lichaam, schelden er wellicht naar, maar betwijfelen het vooral. Vervolgens wordt de chimpansee blootgesteld aan een object dat bij menig dier een totale ‘state of nature’ zou oproepen: een spiegel. Nu komt het cruciale deel, het dier heeft twee opties. Eén: het loopt naar de spiegel, kijkt erin en probeert zijn plotselinge tweelingbroer op of achter de spiegel te vinden. Twee: het loopt naar de spiegel, kijkt er in, gaat met zijn eigen hand naar zijn eigen voorhoofd en betwijfelt het figuur dat op zijn voorhoofd staat, en herkent de tweelingbroer in de spiegel dus als zichzelf. Heeft de chimpansee voor optie twee gekozen, dan zijn de onderzoekers best wel zeker van het bestaan van een zelfbewustzijn bij deze chimpansee. Dat is heel erg mooi, want dat betekent dat het dier een idee van het ‘ik’ heeft, en volgens Frans de Waal een besef heeft van het concept ‘empathie’ 3: want pas als je de zelf erkent, kun je anderen erkennen, en dat is wat Hobbes ‘politiek’ noemt. Toch is dit wat mij betreft niet het meest waardevolle aan het onderzoek, er is namelijk iets wat we kunnen concluderen vóór dat we kunnen concluderen dat het dier een zelfbewustzijn heeft, namelijk dat hij empatisch is. Dat zien we niet aan het proefkonijn, maar aan zijn soortgenootjes die hem zo aandachtig en vragend inspecteerden. Eerst de ander, dan pas de ik. De chimpansee is een groepsdier, en onze hedendaagse ‘state of nature’ en erkenningsproblemen hoeven dus geen blokkade te zijn voor het geven om anderen. De evolutietheorie komt erg overeen met de ‘state of nature’ van Hobbes, en is gegrond op het idee van het recht van de sterkste: de mens is een wolf voor zijn medemens (aldus Hobbes). Maar zoals Frans de Waal en zelfs de piramide van Maslow betogen, kunnen mensen niet zonder de ander, zij zijn sterk van elkaar afhankelijk, ook vanuit de evolutie; zonder medemens geen evolutie.

En ik ga me niet laten vertellen dat de chimpansee hier voorloopt op de mens, ze jatten namelijk ook gewoon voedsel van elkaar, poepen overal waar ze willen en ze hebben geen flauw benul van het idee van een samenleving. Nee ik ben meer hoopvol over de mens, ik neem aan dat ik het verschil tussen de chimpansee, of welk dier dan ook, niet hoef te beargumenteren. Ongeacht onze genetische afkomst, het darwinisme of welke theorie die bepleit dat we eigenlijk dieren zijn, betekent dat niet dat we ons ook als dieren moeten gedragen. Ongelijkheid wordt altijd aangegeven door degene die het minst als gelijk wordt behandeld, niet door degene die het meest als gelijke wordt behandeld. Dus voordat ik ooit weer iemand dom noem, laat ik hem of haar dan op ze minst eerst vragen of hij of zij mij wel zo slim vindt.

 


  1. State of nature is een term in het leven gebracht door de politiek filosoof Thomas Hobbes uit het midden van de 16e eeuw. Hobbes wordt gezien als de grootvader van het liberalisme maar was tegenstrijdig genoeg ook een groot voorstander van het absolutisme en de monarchie. De reden daartoe was dat Hobbes zich realiseerde dat een politiekloze samenleving – wat hij ‘state of nature’ noemde – zou leiden tot complete chaos waar ieder persoon altijd op zijn hoede moet zijn dat er niet iemand een mes in zijn of haar rug steekt. Daarnaast heeft iedereen het recht om alles te doen waarbij hij of zij denkt dat het zijn of haar leven kan behouden. Het recht van de sterkste zou namelijk weer gelden en ethiek zou geen plaats meer krijgen. Hobbes definieert ook de betekenis van goed en kwaad in deze state of nature. Zo zou alles goed zijn wat de eigen behoeftes bevredigt, en alles slecht wat de eigen behoeftes tegenwerkt. De reden dat Hobbes naast zijn bijna neoliberale visie ook een groot voorstander was van het absolutisme is omdat met een absolute vorst de grenzen van wat kan duidelijk zijn afgebakend, zo hoeft niet iedereen meer in een constante angst te leven. Hobbes zegt dat welke regels dan ook beter zijn dan geen regels. Zo geldt dat pas als je zelf een positie hebt in een samenleving, je ook de positie van anderen kunt erkennen. Elke vorm van politiek faciliteert die mogelijkheid, zelfs absolutisme aldus Hobbes.

  2. Abraham Maslow (1908-1970) was een Amerikaanse klinische psycholoog en een aanhanger van het behaviorisme. Maslow geloofde dat ieder mens een uniek individu is met eigen behoeftes en dat je, om je als persoon te kunnen ontwikkelen,  alle behoeftes moet vervullen. In tegenstelling tot veel van de psychologen in die tijd geloofde Maslow in de goedheid van de mens en focuste zich in zijn werk voornamelijk daarop. Door zijn leven heen hebben thema’s als de humanistiek en zelfactualisatie een grote rol gespeeld. Zo vroeg hij zich af waarom de mens niet in hogere mate in staat is tot het ontwikkelen van zichzelf, zelfs als alle basisbehoeftes zijn vervuld.

  3. Frans de Waal is een Nederlandse bioloog en vooral bekend om zijn boeken waarin hij de mens vergelijkt met dieren, niet per se om de mens als dier te bestempelen maar voornamelijk om de menselijkheid in dieren te vinden, om dat zo weer te reflecteren op hoe wij leven. In zijn boek Een tijd voor empathie (2015) zoekt hij in de biologie naar antwoorden voor het bestaan van het concept empathie, ook vanuit de evolutie. Volgens de Waal is empathie een van de fundamentele aspecten die een organisme met een zelfbewustzijn scheidt van een organisme dat niet zelfbewust is.

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *