Voorbij de discriminatie van fabeldieren

Lieve Sara,

Jouw achternaam is ‘Eenhoorn’; een fabeldier.  Iedereen boven de tien jaar – of toch haast iedereen –  ontkent haar bestaan.

En toch… het woord ‘eenhoorn’ is de voorstelling van ‘een witte merrie met een gouden hoorn’. Een ‘verbeeldingsdier’ dat ondanks haar ‘niet-zijn’ een betekenis heeft.

Liefdevol, vrouwelijk, zachtaardig, fier en wijs zijn enkele associaties, net als het hoge fluffy gehalte; vermoedelijk uit ‘my little pony’ stal afkomstig.

In ‘De sonetten aan Orpheus’ dicht Rilke:

O dit hier is het dier dat niet bestaat. Zij wisten ’t  niet  en hebben het voorwaar – zijn edele gang, zijn hals, zijn houding tot in de stille, lichte blik  – bemind.           

Wel  was  het niet. Maar door  hun liefde werd dit reine dier. Ze lieten altijd ruimte. En in die ruimte, klaar en onbezet, verhief het licht zijn hoofd en mocht verzuimen

te zijn. Ze  voedden het geenszins met koren, alleen maar  met de stille  wens: het zij. En die gaf zulke sterkte aan het paard

dat uit zijn hoofd een hoorn oprees. Een hoorn. Een jonkvrouw zag het komen, wit,  dichtbij  – ’t  was in  de zilverspiegel en in  haar.”                                                     

Wat denk je Sara? Is een oriëntatie jaar, zoals Breekjaar, De Bildungsacademie of de Vrije Hogeschool de plaats waar ‘verbeeldingsdieren’ geboren kunnen worden?

De baarplaats, bestaande uit ruimte, met als verwekker de liefde en het beminnen. Een plaats waar de stille wens – al is deze nog zo misvormd en verdrongen – gewenst kan worden.

Ik vind van wel. Sterker nog ik hoop dat in de toekomst na elk eindexamen, als vervolg, een jaar van bevruchting, zwangerschap en baren volgt voor eenieder.

Want verbeeldingsdieren zullen, uit dankbaarheid, de verwekker helpen richting te geven. Zij doen dit, geboren uit onze liefde, wetende wat wij liefhebben. Vergeten wij dit, in ‘nevel van misverstanden’, dan zal ons verbeeldingsdier ons pogen te doen herinneren.

Weet je wat mij nu te binnen schiet? Ik word wel al nerveus bij ‘t idee…

Mevrouw Eenhoorn zullen wij de handen ineen slaan om, dit studiejaar nog, met een groep studenten van BJ, BA en de VH, met posters en spandoeken van fabeldieren het buitenhof poëtiseren?

Nostalgische beelden zijn het nu: rennende studenten door Parijs. Het was mei 1968. Misschien is mei ook wel onze maand?

Het is dan lente. Het eerste groen wordt zichtbaar na lang, onzichtbaar, in de aarde voorbereid te zijn. Kun je je voorstellen wat die vele Nederlanders, die in het diepste geheim een “verbeeldingsdier” hebben gebaard, doen wanneer ze ons op het acht uur journaal zien pleiten voor de rechten van de Eenhoorn, Phoenix, Sfinx en vele mij nu nog onbekende vrienden?

 

Hartelijke groet,                                    Flore Lutters

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *